Gebruikersapparatuur

Bij de keuze voor de benodigde gebruikersapparatuur voor een infrastructuur voor spraakcommunicatie gaat het voornamelijk om de functionaliteit van die apparatuur.
Men kiest voor toestellen die de benodigde functies laagdrempelig ter beschikking stellen zodat iedereen er met weinig of zelfs zonder uitleg mee kan werken.

Toestellen met alleen basisfuncties

Analoge toestellen en 'pure' ISDN-toestellen zijn systeemonafhankelijk en beschikken alleen over basisfuncties. Voor het (in)activeren van PABX-specifieke functies zal men zijn toevlucht moeten nemen tot *- en #-codes.

Toestellen met PABX-specifieke functies

Op 'proprietary' digitale toestellen, die overigens soms ook ISDN-compatibel zijn, zitten speciale functietoetsen waarmee men dergelijke functies met een enkele druk op de knop kan (in)activeren. Zo'n functietoets is vaak ook voorzien van een LED-indicatie, zodat men kan zien of een bepaalde functie al dan niet geactiveerd is.
Dergelijke informatie kan vaak ook in het display van het toestel afgelezen worden.

Enkele leveranciers kunnen ook analoge toestellen leveren waarop voorgeprogrammeerde functietoetsen zitten. Deze toetsen zijn alleen te gebruiken in combinatie met de PABX van die leverancier en als zodanig toch enigszins systeemafhankelijk.
LED-indicaties zijn niet beschikbaar op dergelijke toestellen.

Toestelkeuze

De toestelkeuze wordt deels bepaald door de gewenste functionaliteit, deels door andere elementen. In het keuzeproces kunnen onder meer de volgende overwegingen een rol spelen:

De keuze tussen draadgebonden of draadloze toestellen wordt niet zozeer bepaald door de functionaliteit maar veeleer door de wijze waarop wordt gewerkt.
De praktijk wijst uit dat men kiest voor draadloze toestellen als men: